Advies over discussiedocument 'Tegemoetkomingen die geen handicaps veroorzaken'

Status: afgesloten

Probleem of vraag

 

De laatste hervorming van het stelsel van de tegemoetkomingen voor personen met een handicap dateert van 1987. Ze was bedoeld om het systeem rechtvaardiger, efficiënter en eenvoudiger te maken. Meer dan vijfentwintig jaar na de goedkeuring van deze wet van 1987 heerst het gevoel dat, ondanks de vele aanpassingen die in de loop der jaren zijn gebeurd, de regelgeving inzake de tegemoetkomingen duidelijk haar doelstellingen niet meer bereikt.

In haar regeerakkoord belooft de federale regering een evaluatie en hervorming van het stelsel. Ze wil het stelsel vereenvoudigen en de evaluatiecriteria moderniseren. 

Voor de uitvoering van dit akkoord, werd beslist om eerst de mensen op het terrein te raadplegen. Zij zijn immers het best geplaatst om te getuigen over de moeilijkheden waarmee personen met een handicap van dag tot dag worden geconfronteerd. Ook de gemeentes werden geraadpleegd.

Naar aanleiding van deze raadpleging stelde de Adviesraad voor Personen met een Handicap een advies op. Het Bureau voor Diversiteitsmanagement van de stad Antwerpen verwerkte dit advies in haar antwoord aan de federale regering.

Meer informatie vindt u in de bijlages.

Advies

De wet van 27 februari 1987 is de eerste wet die het verschil tussen het verlies van een inkomen uit arbeid enerzijds en van de zelfredzaamheid anderzijds uitdrukkelijk erkent. Aangezien de situatie voor personen met een handicap sinds 1987 niet sterk verschilt van de situatie vandaag, is er geen reden om de twee aparte systemen op te geven.

De adviesraad volgt in haar bespreking de opdeling in de vier uitdagingen voor het stelsel van tegemoetkomingen zoals geformuleerd in het discussiedocument.

De zelfredzaamheid en de sociale participatie van personen met een handicap verhogen

Een inkomensvervangende tegemoetkoming aan gehandicapten moet toelaten een inkomen te hebben boven de armoedegrens zoals die bepaald is door de EU-SILC. De combinatie met andere inkomens moet de inkomenssituatie steeds verbeteren en het armoederisico elimineren. De vrijstelling voor de inkomensvervangende tegemoetkoming moet verhoogd worden.

Voor de inkomensvervangende tegemoetkoming mag rekening gehouden worden met het inkomen van de partner, maar moet de grens verhoogd worden. In het nieuwe stelsel moet een groter gedeelte van het inkomen van de partner vrijgesteld zijn voor de berekening van de inkomensvervangende tegemoetkoming.

Kinderen van een ouder met een handicap moeten na hun achttiende verjaardag in het ouderlijk huis kunnen blijven wonen, zonder dat dit een invloed heeft op de inkomensvervangende tegemoetkoming van hun ouder. Andere kinderen kunnen sparen door langer bij hun ouders te blijven wonen. Kinderen mogen niet gestraft worden, omdat hun ouders een handicap hebben.

Voor personen die door zware beperkingen niet in staat zijn om deel te nemen aan de gewone of de beschermde arbeidsmarkt, maar wel kunnen deelnemen aan werkactiviteiten die hun sociale valorisatie en integratie bevorderen, moet binnen het kader bepaald door het sociaal zekerheidsrecht een kleine vergoeding gegeven kunnen worden zonder dat dit gevolgen heeft voor hun inkomensvervangende tegemoetkoming.

De kosten die een handicap veroorzaakt voldoende dekken

De integratietegemoetkoming moet gegarandeerd zijn. Aangezien deze tegemoetkoming betrekking heeft op de handicap van de persoon, kan zij niet onderhevig zijn aan het inkomen van de persoon met de handicap of aan het inkomen van een inwonende partner.

  • De handicap blijft, los van het inkomen. Inspanningen om te participeren worden nu bestraft.

  • Rekening houden met de inkomsten van de partner is voorbijgestreefd en een foute inschatting van de situatie.

    • Doordat de partner een deel van de lasten voortkomend uit de handicap van de partner moet dragen, wordt hij of zij mee gehandicapt gemaakt. Vaak loopt een relatie hierdoor slecht af.

    • De schade die de persoon met een handicap ondervindt reflecteert op de partner en andere dierbaren. Een partner ondergaat ook de beperkingen van een persoon met een handicap.

Het puntensysteem voor de berekening van de integratietegemoetkoming moet gekoppeld worden aan handicapspecifieke vragen. De vragen zijn nu te algemeen en voor interpretatie vatbaar. Dit leidt tot ongelijke behandeling en rechtsonzekerheid.

Iedere handicap moet door een specialist beoordeeld worden die weet wat de specifieke handicap inhoudt. De beoordeling en de criteria moeten meer wetenschappelijk onderbouwd zijn. De impact van de handicap wordt nu vaak onderschat, terwijl de kosten vaak hoog zijn. De houding van de persoon weegt te zwaar door.

De adviesraad stelt voor om:

  • verplichte inleefmomenten voor wetsdokters te organiseren samen met ervaringsdeskundige. Zo kan de wetsdokter zelf aan de lijve ondervinden wat de handicap inhoudt en kan hij beter oordelen;

  • een contactpunt voor klachten over wetsdokters op te richten.

De inkomensgrens voor tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden moet verhoogd worden en losgekoppeld van het inkomen van de partner. We vragen geen volledige loskoppeling van het eigen inkomen zoals bij de integratietegemoetkoming. Waar ligt het verschil? De werkende persoon met een handicap moet al een grotere inspanning doen om zich te integreren en mag hier zeker niet voor gestraft worden. Ondanks de vele inspanningen die hij doet om zich te integreren, wordt hij sneller gestraft. Zijn zelfredzaamheid wordt immers hoger ingeschat.

Een gecoördineerd geheel van antwoorden bieden

De adviesraad vraagt dat niet enkel de uitkeringen bekeken worden, maar dat er ook andere maatregelen genomen worden (zie ook hoger). De problematiek moet breed bekeken worden. Er moet aandacht zijn voor de wetgeving omtrent toegankelijkheid, openbaar vervoer, werkgelegenheid, gezondheidszorg, huisvesting en sociaal woonbeleid. Dit vraagt een beter overleg en een betere afstemming tussen de verschillende departementen en overheden (federaal, gemeenschap en gewest, lokaal) en de ontwikkeling van een gezamenlijke strategie.

Goede tewerkstellingsbevorderende maatregelen moeten zeker deel uitmaken van de gezamenlijke strategie, zodat de beperkte middelen efficiënt gebruikt worden:

  • het stimuleren van redelijke aanpassingen aan bedrijfsgebouwen en op de werkvloer;

  • meer maatregelen om mensen met een handicap aantrekkelijker te maken voor werkgevers. Subsidies is een belangrijke, maar niet de enige stap.

  • Aangepaste sollicitatieprocedures, zodat personen met een handicap een eerlijke kans op een job hebben.

  • Maatregelen om personen met een handicap aan het werk te houden. Ze worden nu te gemakkelijk ontslagen.

  • Als personen met een handicap inspanningen doen op de arbeidsmarkt, maar omwille van hun beperking opnieuw werkloos worden, dan moeten zij terug kunnen vallen op hun eerdere inkomensvervangende tegemoetkoming, en dit zonder al te veel administratieve moeilijkheden. Dit maakt het voor hen aantrekkelijker om hun kans te wagen.

Zorgen voor eenvoudige en transparante regels

De administratie moet de persoon met een handicap proactief informatie verstrekken op maat en zoveel mogelijk rechten automatisch toekennen. In het huidige stelsel moet de persoon met een handicap wiens inkomsten verlaagd zijn zelf een administratieve aanvraag doen voor een herziening in zijn voordeel. In het nieuwe stelsel zou de administratie de hogere tegemoetkoming die hiervan het gevolg is automatisch moeten toekennen. Dit betekent onder andere dat er één centraal dossier moet komen over de verschillende departementen en overheden heen.